Artikel 3:25

1.Indien op de voorbereiding van een van de besluiten afdeling 3.4 van toepassing is, is die afdeling van toepassing op alle besluiten, met inachtneming van het volgende:

a. de ingevolge de artikelen 3:11, 3:14 en 3:44, eerste lid, onderdeel a, vereiste terinzageleggingen geschiedt in ieder geval ten kantore van het coördinerend bestuursorgaan;

b. het coördinerend bestuursorgaan draagt er zorg voor dat de gelegenheid tot het mondeling naar voren brengen van zienswijzen wordt gegeven met betrekking tot alle ontwerpbesluiten gezamenlijk;

c. zienswijzen worden bij het coördinerend bestuursorgaan naar voren gebracht;

d. indien over een ontwerpbesluit zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder geldt dit eveneens met betrekking tot de andere ontwerpbesluiten;

e. indien een ontwerpbesluit strekt tot uitvoering van een ander besluit dat geen onderdeel uitmaakt van de coördinatie, kunnen zienswijzen geen betrekking hebben op dat andere besluit;

f. het in de gelegenheid stellen te reageren op naar voren gebrachte zienswijzen geschiedt door het coördinerend bestuursorgaan;

g. de ingevolge die afdeling en afdeling 3.6 vereiste mededelingen, kennisgevingen en toezendingen geschieden door het coördinerend bestuursorgaan;

h. in afwijking van artikel 3:18 worden de besluiten genomen binnen een door het coördinerend bestuursorgaan te bepalen termijn, doch uiterlijk binnen de termijn die geldt voor het besluit met de langste beslistermijn;

i. mededelingen en kennisgevingen worden tevens gedaan in de Staatscourant en voorts langs elektronische weg;

j. de dag van terinzagelegging van de besluiten door het coördinerend bestuursorgaan is bepalend voor de aanvang van de beroepstermijn ingevolge artikel 6:8, vierde lid.

2.Indien afdeling 3.4 niet van toepassing is, geschiedt de voorbereiding met toepassing of overeenkomstige toepassing van de onderdelen b tot en met h van het eerste lid.

 

Dit artikel is met ingang van 1 juli 2008 ingevoegd bij wet van 29 mei 2008 Stb. 200 (wetsvoorstel 30 980).

VO [Artikel 3.5.3.5] = VvW

VvW = Eindtekst

Memorie van toelichting

[30 980, p. 27]

Artikel 3:25 (Aanvang beslistermijn)
Om te voorkomen dat het bestuursorgaan al met de behandeling van een aanvraag moet beginnen voordat de andere samenhangende aanvragen zijn ontvangen, is in dit artikel bepaald dat de beslistermijn pas begint te lopen zodra alle aanvragen binnen zijn. Als regel zal het bestuursorgaan er tevoren van op de hoogte zijn om welke besluiten het gaat. Omdat de coördinatieregeling van toepassing is verklaard bij wettelijk voorschrift of bij besluit van de bevoegde bestuursorganen, is het immers bekend welke besluiten onder de coördinatieregeling vallen. De enige onzekerheid is of de aanvrager daadwerkelijk alle besluiten aanvraagt. Via goed vooroverleg kan deze onzekerheid worden weggenomen. Als uiteindelijk niet alle benodigde besluiten worden aangevraagd, duurt het op grond van artikel 3:24, eerste lid, zes weken voor het coördinerend bestuursorgaan de betrokkene in de gelegenheid kan stellen om alsnog de ontbrekende aanvragen in te dienen (vgl. artikel 3:24, derde lid) of onder de in artikel 3:24, vierde lid, vermelde condities kan besluiten om de wel ingediende aanvragen niet te behandelen. Toepassing van artikel 3:24, derde lid, heeft tot gevolg dat de beslistermijn wordt opgeschort totdat de ontbrekende aanvraag is ontvangen dan wel de termijn voor het indienen van de ontbrekende aanvraag is verstreken. Daarnaast kan de beslistermijn uiteraard ook worden opgeschort indien nog ontbrekende gegevens geleverd moeten worden (artikel 4:15).

Share This