Artikel 1:4

1. Onder bestuursrechter wordt verstaan: een onafhankelijk, bij de wet ingesteld orgaan dat met bestuursrechtspraak is belast.
2. Onder hogerberoepsrechter wordt verstaan: een bestuursrechter die in hoger beroep oordeelt.
3. Een tot de rechterlijke macht behorend gerecht wordt als bestuursrechter aangemerkt voor zover hoofdstuk 8 of de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften – met uitzondering van hoofdstuk VIII – van toepassing of van overeenkomstige toepassing is.

Dit artikel is met ingang van 1 januari 1994 ingevoerd bij wet van 4 juni 1992 Stb. 315 (wetsvoorstel 21 221)

[bron: PG Awb III, p. 35-42]

[Eindtekst] Artikel 1:4 [1.4]
1. Onder administratieve rechter wordt verstaan: een onafhankelijk, bij de wet ingesteld orgaan dat met administratieve rechtspraak is belast.
2. Een orgaan als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie (Stb. 1972, 463) wordt slechts aangemerkt als een admini­stratieve rechter voor zover de Wet administratieve rechtspraak belas­tingzaken (Stb. 1956, 323) van toepassing is.

VO = VvW 

Tekst RvS = VvW

Voorstel van wet

1. In deze wet wordt verstaan onder administratieve rechter: een onafhankelijk, bij de wet ingesteld orgaan dat met administratieve recht­spraak is belast.
2. Een orgaan als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie (Stb. 1972, 463) wordt slechts aangemerkt als een admini­stratieve rechter voor zover de Wet administratieve rechtspraak belas­tingzaken (Stb. 1956, 323) van toepassing is.

Memorie van toelichting

Voor een goede werking van hetgeen in de hoofdstukken 6 en 7 is bepaald omtrent beroep, is het nodig een precieze aanduiding te geven van wat onder het begrip instellen van beroep moet worden verstaan. Dit is geschied in artikel 1.5, onderdeel c. In verband daarmee was het dan weer wenselijk een definitie te geven van het begrip administratieve rechter, met name ook om duidelijk te maken dat de bepalingen uit hoofdstuk 6 en artikel 6.3.1a niet zien op de rechtsgang bij de burgerlijke rechter. Artikel 1.4 geeft die definitie in het eerste lid. In het tweede lid is verzekerd dat de administratieve rechtspraak in belastingzaken onder het bereik van de Awb valt. Voor een nadere toelichting op een en ander zij verwezen naar de toelichting op artikel 6.1.1.

Nota van wijziging

In artikel 1.4, eerste lid, worden de woorden: «In deze wet wordt verstaan onder administratieve rechter» vervangen door: Onder administratieve rechter wordt verstaan.

Toelichting NvW
Zie Toelichting NvW bij artikel 1:1.

Dit artikel is met ingang van 1 januari 1994 gewijzigd bij wet van 16 december 1993 Stb. 650 (wetsvoorstel 22 495)

[bron: PG Awb II, p. 320]

[Eindtekst] Artikel 1:4 [1.4]
1. Onder administratieve rechter wordt verstaan: een onafhankelijk, bij de wet ingesteld orgaan dat met administratieve rechtspraak is belast.
2. Een tot de rechterlijke macht behorend gerecht wordt als administratieve rechter aangemerkt voor zover hoofdstuk 8, de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken of de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften – met uitzondering van hoofdstuk VIII – van toepassing is.

Tekst RvS

Artikel 1.4, tweede lid, komt te luiden:
2. Een tot de rechterlijke macht behorend gerecht wordt als admini­stratieve rechter aangemerkt voor zover hoofdstuk 8 van deze wet, de Wet administra­tieve rechtspraak belastingzaken (Stb.1956, 323) of de Wet administra­tiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Stb.1990, 435) van toepassing is.

Voorstel van wet

Artikel 1.4, tweede lid, komt te luiden:
2. Een tot de rechterlijke macht behorend gerecht wordt als admini­stratieve rechter aangemerkt voor zover hoofdstuk 8, de Wet administra­tieve rechtspraak belastingzaken (Stb.1956, 323) of de Wet administra­tiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Stb.1990, 435) van toepassing is.

Memorie van toelichting

De functie van artikel 1.4, tweede lid, is het bepalen van de reikwijdte van de hoofdstukken 6 en 7 van de Awb voor zover het de tot de rechterlijke macht behorende gerechten betreft. Deze hoofdstukken dienen niet van toepassing te zijn in de gevallen waarin de rechterlijke macht optreedt als administratieve rechter die desondanks het burgerlijk procesrecht – eventueel met aanpassingen – toepast. De formulering van deze bepaling dient te worden aangepast aan het feit dat de bevoegdheid van de rechterlijke macht als administratieve rechter is (Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften) en zal worden uitgebreid (in het onderhavige wetsvoorstel).

Nota van wijziging

In de aanhef van onderdeel B wordt «1.4» vervangen door: 1:4.

Tweede nota van wijziging

In onderdeel B vervallen in artikel 1:4, tweede lid, «(Stb.1956, 323)» en «(Stb.1990, 435)».

Dit artikel is met ingang van 1 september 1999 gewijzigd bij wet van 29 oktober 1998 Stb. 621 (wetsvoorstel 25 175) (alleen eindtekst opgenomen)

[Eindtekst] In artikel 1:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vervalt «,de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken» en wordt na «van toepassing» toegevoegd «of van overeenkomstige toepassing».

Dit artikel is met ingang van 1 januari 2013 gewijzigd bij wet van 20 december 2012,  Stb. 2012, 682 (Wet aanpassing bestuursprocesrecht; kamerstukken 32 450)

[Eindtekst] 1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Onder bestuursrechter wordt verstaan: een onafhankelijk, bij de wet ingesteld orgaan dat met bestuursrechtspraak is belast.
2. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. Onder hogerberoepsrechter wordt verstaan: een bestuursrechter die in hoger beroep oordeelt.
3. In het derde lid (nieuw) wordt «administratieve rechter» vervangen door: bestuursrechter.

VO = VvW

Voorstel van wet

Artikel 1:4 wordt gewijzigd als volgt:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Onder bestuursrechter wordt verstaan: een onafhankelijk, bij de wet ingesteld orgaan dat met bestuursrechtspraak is belast.
2. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. Onder hogerberoepsrechter wordt verstaan: een bestuursrechter die in hoger beroep oordeelt.
3. In het derde lid (nieuw) wordt “administratieve rechter” vervangen door: bestuursrechter.

Memorie van toelichting

Eerste en derde lid
Sinds de invoering van de Awb zijn de in de toelichting bij de tweede tranche gebruikte termen “bestuursrechter” en “bestuursrechtspraak” gangbaar geworden. De wettekst gebruikt echter nog de oudere, inmiddels in onbruik geraakte, termen “administratieve rechter” en “administratieve rechtspraak”. Het onderhavige wetsvoorstel vormt een goede gelegenheid om de terminologie van de wet in overeenstemming te brengen met het inmiddels gangbare spraakgebruik.

Tweede lid
In verband met de regeling van het hoger beroep in de Awb is een handzaam woord nodig voor “een bestuursrechter die in hoger beroep oordeelt”. Gekozen is voor het woord “hogerberoepsrechter”. Bij de huidige stand van de wetgeving vallen onder deze omschrijving:
• de ABRS;
• de CRvB;
• het CBB;
• de vijf gerechtshoven, voor zover zij oordelen in belasting- en aanverwante zaken;
het gerechtshof te Leeuwarden, oordelend over verkeersovertredingen op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV).
Voor het gerechtshof Leeuwarden heeft de kwalificatie als hogerberoepsrechter echter geen praktische betekenis, omdat hoofdstuk 8 Awb in WAHV-zaken niet van toepassing is.

 

Share This