Artikel 3:14

1. Het bestuursorgaan vult de ter inzage gelegde stukken aan met nieuwe relevante stukken en gegevens.
2. Artikel 3:11, tweede tot en met vierde lid, is van toepassing.

 

Dit artikel is met ingang van 1 januari 1994 ingevoegd bij wet van 14 oktober 1993 Stb. 581 (wetsvoorstel 22 601)

[bron: PG Awb II, p. 335]

[Eindtekst] Artikel 3:14 [3.4A.1.1]
De in de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 en paragraaf 3.5.6 geregelde procedures voor de voorbereiding van besluiten worden gevolgd indien dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuurs­orgaan is bepaald.

VvW = Eindtekst

Memorie van toelichting

Ingevolge dit artikel kan de procedure van afdeling 3.4A op twee manieren van toepassing worden verklaard: bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan. In het desbetreffende wettelijk voorschrift of besluit kunnen voorts de volgende zaken worden geregeld:
– de aanwijzing van bestuursorganen die betrokken worden bij de procedure (zie artikel 3.4A.1.2);
– het beperken van de inspraakmogelijkheden tot een bepaalde categorie van personen (zie de artikelen 3.4A.4.4 en 3.4A.6.3, eerste lid, tweede volzin);
– het overslaan van de «voornemenprocedure» in het kader van de voorbereiding van een besluit tot intrekking of wijziging van een besluit (zie artikel 3.4A.6.1, tweede lid).

Dit artikel is met ingang van 1 juli 2005 gewijzigd bij wet van 24 januari 2002 Stb. 54 (wetsvoorstel 27 023)

[Eindtekst] Artikel 3:14
1. Het bestuursorgaan vult de ter inzage gelegde stukken aan met nieuwe relevante stukken en gegevens.
2. Artikel 3:11, tweede tot en met vierde lid, is van toepassing.

VvW=Eindtekst

Memorie van toelichting

Dit artikel strekt ertoe dat het (externe) dossier actueel wordt gehouden.
Het artikel komt overeen met het huidige artikel 3:21, tweede lid, opgenomen in de huidige 3.5-procedure. Anders dan in die bepaling is echter niet meer uitdrukkelijk bepaald dat in ieder geval de «ingebrachte adviezen en bedenkingen en de verslagen van de mondeling ingebrachte bedenkingen en gedachtenwisselingen over het ontwerp» aanvullend ter inzage moeten worden gelegd. Het mag als vanzelfsprekend worden verondersteld dat dergelijke stukken in beginsel gerekend moeten worden tot de «nieuwe relevante stukken en gegevens» in de zin van dit artikel. Aangezien deze stukken als regel eerst bij of na het einde van de voorbereidingsprocedure ter beschikking komen, zullen deze stukken voor de voorbereidingsprocedure geen rol spelen. Wat dit betreft is artikel 3:14 derhalve met name van betekenis voor het inzien van het dossier ten behoeve van een eventuele beroepsprocedure (vgl. de toelichting bij het nieuwe artikel 3:11, vierde lid).
De VNG heeft schrapping bepleit van de in dit artikel opgenomen verplichting om het dossier up-to-date te houden. Wij achten dit evenwel niet aangewezen, aangezien het van wezenlijk belang is dat inspraakgerechtigden deelnemen aan de voorbereidingsprocedure op basis van een compleet en actueel dossier. Het door de VNG aangevoerde argument dat het niet eenvoudig is om dossiers die op meerdere plaatsen in ter inzage liggen steeds op elke plaats van dezelfde inhoud te voorzien, vinden wij niet overtuigend. Naar ons oordeel moet het via een efficiënte organisatie mogelijk zijn om te voorzien in identieke dossiers. Voorts merken wij op dat de door de VNG aangesneden moeilijkheden voor een aanzienlijk deel worden gereduceerd nu wij het voorstel van de VNG hebben overgenomen om de termijn van de terinzageligging te beperken tot de inspraaktermijn van zes weken (zie de toelichting bij artikel 3:11, vierde lid).

Share This