Artikel 3:27

1. De bevoegde bestuursorganen zenden de door hen genomen besluiten toe aan het coördinerend bestuursorgaan.
2. Het coördinerend bestuursorgaan maakt de besluiten gelijktijdig bekend en legt deze gelijktijdig ter inzage.

 

Dit artikel is met ingang van 1 juli 2008 ingevoegd bij wet van 29 mei 2008 Stb. 200 (wetsvoorstel 30 980).

VO [Artikel 3.5.3.7] = VvW

VvW  = Eindtekst

Memorie van toelichting

[30 980, p. 29-30]

Artikel 3:27 (Bekendmaking)
Dit artikel voorziet erin dat de bevoegde bestuursorganen «hun» besluiten toezenden aan het coördinerend bestuursorgaan, dat vervolgens de besluiten gelijktijdig bekendmaakt en ze – indien van toepassing – gelijktijdig ter inzage legt. Dit is derhalve een afwijking van de normaliter geldende regel dat elk bestuursorgaan de eigen besluiten zelf bekendmaakt. Door de gelijktijdige, gecoördineerde bekendmaking en terinzagelegging is gewaarborgd dat de beroepstermijn voor alle besluiten op hetzelfde tijdstip aanvangt. Ingevolge artikel 6:8 begint de beroepstermijn namelijk te lopen met ingang van de dag na de bekendmaking of – als afdeling 3.4 van toepassing is – terinzagelegging van het besluit. De figuur van gelijktijdige bekendmaking en terinzagelegging door het coördinerend bestuursorgaan is daardoor van groot belang voor het synchroon laten lopen van de rechtsbeschermingsprocedures. Een vergelijkbare voorziening treft men aan in de artikelen 7h van de Wet op de waterkering, 20, tiende lid, van de Tracéwet, 10, negende lid, van de Ontgrondingenwet, 39m van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, 10, zevende lid, van de Spoedwet wegverbreding en 10 van de Wet procedures vijfde baan Schiphol. Voor het geval – onverhoopt – niet tijdig wordt beslist, vervult de uniforme beslistermijn deze synchroniserende functie ten aanzien van een daartegen eventueel in te stellen beroep (zie de toelichting op artikel 3:26).
Om redenen, reeds uiteengezet in paragraaf 5 van het algemeen deel van deze memorie, is afgezien van sancties op het niet (gelijk)tijdig beslissen in de vorm van overrulebevoegdheden e.d.. Wel mag worden verwacht dat wanneer een bestuursorgaan nalatig blijft met het nemen van een besluit, de andere bestuursorganen het nalatige bestuursorgaan zullen aanspreken op het uitblijven van het besluit. Als gezegd ligt hier eveneens een taak voor het bestuursorgaan dat als coördinerend bestuursorgaan is aangewezen.
We wijzen er nog op dat artikel 3:27 uitsluitend betrekking heeft op de bekendmaking en de terinzagelegging van het besluit. Deze bepaling laat onverlet specifieke verplichtingen tot mededeling van de besluiten aan andere belanghebbenden die eventueel voortvloeien uit bijzondere wetgeving.

Verslag

[30 980, p. 9]

De leden van de CDA-fractie vragen wat de consequenties zijn, als het coördinerend bestuursorgaan (op grond van artikel 3:27) het besluit correct bekend maakt, maar de andere betrokken bestuursorganen verzuimen eventueel verplichte mededelingen aan belanghebbenden te doen.

Nota naar aanleiding van het verslag II

[30 980, p. 11]

De leden van de CDA-fractie vragen wat de consequenties zijn, als het coördinerend bestuursorgaan (op grond van artikel 3:27) het besluit correct bekend maakt, maar de andere betrokken bestuursorganen verzuimen eventueel verplichte mededelingen aan belanghebbenden te doen. Dat zal van de precieze aard en omvang van het verzuim afhangen. Onder omstandigheden kan het niet of te laat doen van een verplichte mededeling meebrengen dat een overschrijding van de termijn voor het instellen van beroep verschoonbaar is (vgl. art. 6:11 Awb).

Share This