Artikel 7:18

1. Tot tien dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen.
2. Het beroepsorgaan legt het beroepschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor belanghebbenden ter inzage.
3. Bij de oproeping voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het eerste lid en wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.
4. Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen.
5. Voor zover de belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het tweede lid achterwege worden gelaten.
6. Het beroepsorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.
7. Gewichtige redenen zijn in ieder geval niet aanwezig, voor zover ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur de verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze stukken, in te willigen.
8. Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat hetzij arts is.

 

Dit artikel is met ingang van 1 januari 1994 ingevoerd bij wet van 4 juni 1992 Stb. 315 (wetsvoorstel 21 221)

[bron: PG Awb I, p. 357-358]

[Eindtekst] Artikel 7:18 [6.4.9]
1. Tot tien dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere schrifturen of bewijsstukken indienen.
2. Het beroepsorgaan legt het beroepschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor belanghebbenden ter inzage. Bij de oproeping voor het horen wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.
3. Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen.
4. Voor zover de belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het tweede lid achterwege worden gelaten.
5. Het beroepsorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belangheb­bende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.
6. Gewichtige redenen zijn in ieder geval niet aanwezig, voor zover ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur de verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze stukken, in te willigen.
7. Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat hetzij arts is.

Voorontwerp

1. Tot tien dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere schrifturen of bewijsstukken indienen.
2. Het beroepsorgaan legt het beroepschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende tenminste een week voor belanghebbenden ter inzage. Bij de oproeping voor het horen wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage liggen.
3. Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van de kosten afschriften verkrijgen.
4. Het beroepsorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belangheb­bende, toepassing van het tweede lid achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen geboden is. Van de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.
5. Gewichtige redenen zijn in ieder geval niet aanwezig, voor zover ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur de verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze stukken, in te willigen.
6. Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een gemachtig­de die hetzij advocaat hetzij arts is.

Tekst RvS

1. Tot tien dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere schrifturen of bewijsstukken indienen.
2. Het beroepsorgaan legt het beroepschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende tenminste een week voor belanghebbenden ter inzage. Bij de oproeping voor het horen wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage liggen.
3. Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van de kosten afschriften verkrijgen.
3a. Voor zover belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het tweede lid achterwege worden gelaten.
4. Het beroepsorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege laten, voor zover geheimhou­ding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.
5. Gewichtige redenen zijn in ieder geval niet aanwezig, voor zover ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur de verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze stukken, in te willigen.
6. Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat hetzij arts is.

Advies RvS

Artikel 6.4.9, lid 3a (in het wetsvoorstel: artikel 6.4.9, vierde lid).
Tegen deze bepaling kan het bezwaar worden aangevoerd dat belanghebbenden die moeten instemmen met achterwegelating van het bepaalde in het derde lid, nog niet bekend hoeven te zijn in het stadium van terinzageleggingvan de stukken.

Nader rapport

Artikel 6.4.9, lid 3a (in het wetsvoorstel: artikel 6.4.9, vierde lid).
Terecht merkt de Raad op, dat dit artikellid niet kan worden toegepast indien het mogelijk is dat er nog andere belanghebbenden zijn. Indien echter duidelijk is dat er buiten degenen die ermee instemmen dat toepassing van het tweede lid achterwege wordt gelaten, geen andere belanghebbenden zullen zijn, kan dit lid wel worden toegepast. Wij zien daarom geen aanleiding deze voor laatstbedoelde gevallen nuttige bepaling te schrappen, noch in artikel 6.4.9, noch in artikel 6.3.9.

VvW = Eindtekst

Voorlopig verslag II

[2.219] Dit artikel betreft onder andere het indienen, ter inzage leggen (tegen vergoeding) verkrijgen van (afschriften) van schriftelijke stukken.
Zou deze bepaling niet zo kunnen worden aangevuld dat het beroepsorgaan aan belanghebbenden een afschrift stuurt van de correspondentie met het betrokken bestuursorgaan voorzover die correspondentie niet reeds ter inzage is gelegd conform artikel 6.4.9, tweede lid?

Memorie van antwoord II

(2.219) Voor zover de correspondentie van belang is voor de behandeling van het beroepschrift doordat zij «op de zaak betrekking heeft» zal zij reeds krachtens de huidige tekst ter inzage moeten worden gelegd. Voor het overige zien wij geen reden de correspondentie ter inzage te leggen.

Het eerste lid is gewijzigd en het tweede en derde lid zijn ingevoegd bij wet van 16 december 1993, Stb. 650 (wetsvoorstel 22 495).

[bron: PG Awb II, p. 369]

[Eindtekst] Artikel 7:18 [6.4.9]
1. Tot tien dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen.
2. Het beroepsorgaan legt het beroepschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor belanghebbenden ter inzage.
3. Bij de oproeping voor het horen wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.
4. Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen.
5. Voor zover de belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het tweede lid achterwege worden gelaten.
6. Het beroepsorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belangheb­bende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.
7. Gewichtige redenen zijn in ieder geval niet aanwezig, voor zover ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur de verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze stukken, in te willigen.
8. Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat hetzij arts is.

Tekst RvS = VvW

Voorstel van wet

Artikel 6.4.9 wordt als volgt gewijzigd:
Het derde tot en met zevende lid worden vernummerd tot vierde tot en met achtste lid.
Het eerste tot en met derde lid komen te luiden:
1. Tot tien dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen.
2. Het beroepsorgaan legt het beroepschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor belanghebbenden ter inzage.
3. Bij de oproeping voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het eerste lid en wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.

Memorie van toelichting

Zie Memorie van toelichting bij artikel 7:4.

Nota van wijziging

In de aanhef van onderdeel K wordt «6.4.9» vervangen door: 7:18.
In artikel 7:20, vierde lid, wordt «Artikel 7:18, vijfde lid, tweede volzin, zesde en zevende lid» vervangen door: Artikel 7:18, zesde lid, tweede volzin, zevende en achtste lid.

 

 

Share This