Artikel 8:43

1. De bestuursrechter kan de indiener van het beroepschrift in de gelegenheid stellen schriftelijk te repliceren. In dat geval wordt het bestuursorgaan in de gelegenheid gesteld schriftelijk te dupliceren. De bestuursrechter stelt de termijnen voor repliek en dupliek vast.
2. De bestuursrechter stelt andere partijen dan de in het eerste lid bedoelde in de gelegenheid om ten minste eenmaal een schriftelijke uiteenzetting over de zaak te geven. Hij stelt hiervoor een termijn vast.

 

Dit artikel is met ingang van 1 januari 1994 ingevoerd bij wet van 16 december 1993 Stb. 650 (wetsvoorstel 22 495)

[bron: PG Awb II, p. 441]

Tekst RvS = VvW [8.2.2.2]

Advies RvS

In het eerste lid van dit artikel wordt de rechtbank de bevoegdheid geboden repliek en dupliek toe te staan. Nu aan het beroep steeds een bezwaarschriftprocedure is voorafgegaan, ware een uitdrukkelijk voorschrift achterwege te laten. Mocht bij uitzondering aan repliek en dupliek behoefte bestaan, dan kan met instemming van partijen daartoe ook zonder wetsbepaling worden besloten. Beschikt de rechtbank over onvoldoende gegevens, dan biedt artikel 8.2.2.4, eerste lid, uitkomst.

Nader rapport

Veelal zal de zaak wel duidelijk zijn nadat het beroepschrift en het verweerschrift bij de rechtbank zijn ingezonden. Niettemin is het mogelijk dat in het verweerschrift zodanige nieuwe feiten worden vermeld, dat de rechtbank het gewenst acht dat de indiener van het beroepschrift daarop reageert of dat de indiener daarop zelf wil reageren. Juist met het oog op de belangen van de indiener van het beroepschrift menen wij dat deze bepaling niet kan worden gemist. De rechtbank zou inderdaad langs de weg die de Raad wijst wel nadere informatie kunnen krijgen, doch dat laat de behoefte aan de voorgestelde bepaling onverlet.

VvW = Eindtekst

Memorie van toelichting

Veelal zal na wisseling van beroep‑ en verweerschrift de zaak in haar algemeenheid, mede gelet op de daaraan voorafgaande bezwaarschrift­procedure, wel zo duidelijk liggen dat aan een nadere schriftelijke uitwisseling van standpunten geen behoefte zal bestaan. In de huidige proces­regelingen is dan ook in het algemeen een expliciete mogelijkheid van repliek en dupliek niet opgenomen. Een uitzondering hierop vormt artikel 40 van de Wet Arbo, dat in geval van bijzondere omstandigheden repliek en dupliek mogelijk maakt. Een dergelijke beperking is in het onderhavige wetsvoorstel niet overgenomen, met name omdat zoals gezegd op zichzelf al verwacht mag worden dat van deze mogelijkheid een spaarzaam gebruik zal worden gemaakt. Het valt echter niet uit te sluiten, dat in bepaalde gevallen toch behoefte zal bestaan aan een nadere uitwisseling van standpunten. Te denken valt aan de situatie dat in het verweerschrift nieuwe feiten en omstandigheden worden vermeld waarop de indiener van het beroepschrift moet kunnen reageren. De mogelijkheid van repliek en dupliek biedt bovendien meer gelegenheid voor partijen om zich nader met elkaar te verstaan over het tussen hen bestaande geschil. Dit kan tot gevolg hebben dat zij tot overeen stemming raken, waardoor een rechterlijke uitspraak niet meer nodig is. Door het opnemen van een uitdrukkelijk voorschrift wordt tot uitdrukking gebracht dat een nadere uitwisseling van standpunten in gevallen als hierboven geschetst, een goede bijdrage kan leveren aan de oplossing van het geschil.
Tevens wordt in dit artikel veilig gesteld, dat derden‑belanghebbenden in processuele zin in ieder geval één keer de gelegenheid hebben hun visie op de zaak schriftelijk uiteen te zetten.

Dit artikel is met ingang van 1 januari 2013 gewijzigd bij wet van 20 december 2012, Stb. 2012, 682 (Wet aanpassing bestuursprocesrecht; kamerstukken 32 450)

[Eindtekst] In de artikelen 8:42, eerste en tweede lid, 8:43, eerste en tweede lid, en 8:44, eerste lid, wordt «rechtbank» telkens vervangen door «bestuurs-rechter» en «Zij» door: Hij.

Voorontwerp

In de artikelen 8:42, eerste en tweede lid, 8:43, eerste en tweede lid, 8:44, eerste lid, 8:45, eerste lid, en 8:46, eerste en tweede lid, wordt “rechtbank” telkens vervangen door: bestuursrechter.

Voorstel van wet 

In de artikelen 8:42, eerste en tweede lid, 8:43, eerste en tweede lid, en 8:44, eerste lid, wordt “rechtbank” telkens vervangen door “bestuursrechter” en “Zij” door: Hij.

Memorie van toelichting 

SS (artikelen 8:42, 8:43 en 8:44)
Omdat de titels 8.1 tot en met 8.3 voortaan niet meer uitsluitend voor de rechtbank, maar ook voor de andere in eerste aanleg oordelende bestuursrechters gelden, is telkens “de rechtbank” vervangen door: de bestuursrechter. Dit maakt het noodzakelijk om in voorkomende gevallen ook ”zij” te vervangen door“hij ” en “haar” door: hem.

 

 

Share This