Artikel 8:44

1. De bestuursrechter kan partijen oproepen om in persoon dan wel in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord, al dan niet voor het geven van inlichtingen. Indien niet alle partijen worden opgeroepen, worden de niet opgeroepen partijen in de gelegenheid gesteld het horen bij te wonen en een uiteenzetting over de zaak te geven.
2. Van het geven van inlichtingen wordt door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.
3. Het wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Bij verhindering van de voorzitter of de griffier wordt dit in het proces-verbaal vermeld.

 

Dit artikel is met ingang van 1 januari 1994 ingevoerd bij wet van 16 december 1993 Stb. 650 (wetsvoorstel 22 495)

[bron: PG Awb II, p. 441-442]

[Eindtekst] Artikel 8:44 [8.2.2.3]
1. De rechtbank kan partijen oproepen om in persoon dan wel in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord, al dan niet voor het geven van inlichtingen. Indien niet alle partijen worden opgeroepen, worden de niet opgeroepen partijen in de gelegenheid gesteld het horen bij te wonen en een uiteenzetting over de zaak te geven.
2. Van het geven van inlichtingen wordt door de griffier een proces-­verbaal opgemaakt.
3. Het wordt door de voorzitter van de meervoudige kamer en de griffier ondertekend. Bij verhindering van de voorzitter of de griffier wordt dit in het proces‑verbaal vermeld.

Tekst RvS = VvW

Voorstel van wet

1. De rechtbank kan partijen oproepen om in persoon dan wel in persoon of bij gemachtigde te verschijnen, al dan niet voor het geven van inlichtingen.
2. Van het geven van inlichtingen wordt door de griffier een proces-­verbaal opgemaakt.
3. Het wordt door de voorzitter van de meervoudige kamer en de griffier ondertekend. Bij verhindering van de voorzitter of de griffier wordt dit in het proces‑verbaal vermeld.

Memorie van toelichting

De Beroepswet (artikel 102a), de Wet Arbo (artikel 46a) en de Ambte­narenwet 1929 (artikel 79) bevatten een soortgelijke bepaling als de hier voorgestelde. Deze bepalingen hebben echter alleen betrekking op het verstrekken van inlichtingen door partijen. Het onderhavige artikel kan ook worden toegepast als de rechter de kans aanwezig acht dat partijen hun geschil in der minne zullen kunnen regelen. Daarmee sluit dit artikel nauw aan bij de uit het burgerlijk procesrecht bekende schikkingscompa­ritie (vgl. artikel 19 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Uiteraard kan het ook zo zijn, dat de rechter in dit stadium van het vooronderzoek behoefte heeft aan een mondelinge toelichting door partijen.

Het eerste lid is met ingang van 1 januari 1994 gewijzigd bij wet van 23 december 1993 Stb. 690 (wetsvoorstel 23 258).

[bron: PG Awb II, p. 442]  

[Eindtekst] Artikel 8:44
1. De rechtbank kan partijen oproepen om in persoon dan wel in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord, al dan niet voor het geven van inlichtingen. Indien niet alle partijen worden opgeroepen, worden de niet opgeroepen partijen in de gelegenheid gesteld het horen bij te wonen en een uiteenzetting over de zaak te geven.
2. Van het geven van inlichtingen wordt door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.
3. Het wordt door de voorzitter van de meervoudige kamer en de griffier ondertekend. Bij verhindering van de voorzitter of de griffier wordt dit in het proces‑verbaal vermeld.

Nota van wijziging

Artikel 8.2.2.3, eerste lid komt te luiden:

De rechtbank kan partijen oproepen om in persoon dan wel in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord, al dan niet voor het geven van inlichtingen. Indien niet alle partijen worden opgeroepen, worden de niet opgeroepen partijen in de gelegenheid gesteld het horen bij te wonen en een uiteenzetting over de zaak te geven.

Toelichting Nota van wijziging
De oorspronkelijke redactie van artikel 8.2.2.3 liet de mogelijkheid open dat niet opgeroepen partijen niet in de gelegenheid zouden worden gesteld om aanwezig te zijn bij en te reageren op het horen van een of meerdere partijen tijdens het vooronderzoek. Dat is, gelet op het beginsel van hoor en wederhoor, uiteraard niet de bedoeling. Daarom is artikel 8.2.2.3, eerste lid, nu aangevuld met een bepaling die verzekert dat aan dit beginsel recht wordt gedaan. De toevoeging «om te worden gehoord» in de eerste volzin is nodig omdat in het vooronderzoek geen sprake is van een zitting. Het corresponderende artikel 8.2.5.4 (in afdeling 8.2.5, die betrekking heeft op het onderzoek ter zitting) behoeft niet te worden aangepast. Alle partijen worden immers op grond van artikel 8.2.5.1 in kennis gesteld van plaats en tijdstip van de zitting.

Dit artikel is met ingang van 1 januari 2013 gewijzigd bij wet van 20 december 2012, Stb. 2012, 682 (Wet aanpassing bestuursprocesrecht; kamerstukken 32 450)

[Eindtekst] In de artikelen 8:42, eerste en tweede lid, 8:43, eerste en tweede lid, en 8:44, eerste lid, wordt «rechtbank» telkens vervangen door «bestuurs-rechter» en «Zij» door: Hij.

In artikel 8:44, derde lid, vervalt: van de meervoudige kamer.

Voorontwerp

In de artikelen 8:42, eerste en tweede lid, 8:43, eerste en tweede lid, 8:44, eerste lid, 8:45, eerste lid, en 8:46, eerste en tweede lid, wordt “rechtbank” telkens vervangen door: bestuursrechter.

Voorstel van wet 

In de artikelen 8:42, eerste en tweede lid, 8:43, eerste en tweede lid, en 8:44, eerste lid, wordt “rechtbank” telkens vervangen door “bestuursrechter” en “Zij” door: Hij.

Memorie van toelichting 

Omdat de titels 8.1 tot en met 8.3 voortaan niet meer uitsluitend voor de rechtbank, maar ook voor de andere in eerste aanleg oordelende bestuursrechters gelden, is telkens “de rechtbank” vervangen door: de bestuursrechter. Dit maakt het noodzakelijk om in voorkomende gevallen ook ”zij” te vervangen door“hij ” en “haar” door: hem.

Nota van wijziging 

In artikel 8:44, derde lid, vervalt: van de meervoudige kamer.

 

 

Share This