8.2.3 Versnelde behandeling (artt. 8:52-8:53)

Afdeling 8.2.3 Versnelde behandeling
 
[bron: PG Awb II, p. 447]

Memorie van toelichting

Afdeling 8.2.3 opent de mogelijkheid van een versnelde behandeling indien een uitspraak in de bodemprocedure op korte termijn beschikbaar dient te zijn.
Van de bestaande bestuursrechtelijke proceswetten kennen alleen de Beroepswet, de Wet Arbo en de Wet op de Raad van State de mogelijkheid de behandeling van een beroep te versnellen. Elk overigens op een uiteenlopende wijze. De Wet op de Raad van State bepaalt dat een versnelde behandeling alleen op verzoek van de appellant kan worden gevolgd. De versnelling wordt in deze wet vooral gezocht in een beperking van de omvang van het vooronderzoek, onder andere door het inwinnen van ambtsberichten en andere schriftelijke stukken achterwege te laten. De Beroepswet en de Wet Arbo daarentegen leggen het accent op het bekorten van de verschillende termijnen die in de procedure bij de rechter gelden (respectievelijk de artikelen 126 en 127 en artikel 40, derde lid). Een ander verschil met de Wet op de Raad van State is, dat deze wetten ook de rechter en de verweerder de bevoegdheid geven om een versnelde behandeling te entameren.
In het onderhavige wetsvoorstel is ervoor gekozen, om de versnelde behandeling gestalte te geven door zowel de omvang van het vooron­derzoek te beperken als de procedurele termijnen in te korten. Het eerste aspect, de beperking van de omvang van het vooronderzoek, staat grotendeels ter vrije beslissing van de rechter. Die bepaalt immers in belangrijke mate de omvang van het vooronderzoek, zoals het al dan niet inwinnen van een deskundigenbericht of het al dan niet benoemen van een rechter-commissaris. Het accent ligt in de voorgestelde regeling dan ook op het tweede aspect, de bekorting van de wettelijk voorgeschreven termijnen. Voor de reikwijdte van de voorgestelde regeling is aange­sloten bij de regelingen in de Beroepswet en de Wet Arbo. Alle partijen, dus niet slechts de appellant, kunnen verzoeken om een versnelde behandeling. Bovendien kan de rechter ook ambtshalve beslissen het verzoek versneld te behandelen. Het verzoek om een versnelde behan­deling zal doorgaans tegelijkertijd met het indienen van het beroepschrift of het verweerschrift worden gedaan. De voorgestelde regeling sluit evenwel niet uit dat het verzoek tijdens de procedure wordt gedaan, indien de spoedeisendheid in een later stadium optreedt. Ook in dit opzicht is de regeling ruimer dan die in de Wet op de Raad van State.
De beslissing op het verzoek om versnelde behandeling is een tussen­beslissing, waartegen geen zelfstandige voorziening openstaat. Het uitgangspunt dat de procedure als een eenheid wordt beschouwd, staat daaraan in de weg.

Share This