Artikel 8:60

1. De bestuursrechter kan getuigen oproepen en deskundigen en tolken benoemen.
2. De opgeroepen getuige en de deskundige of de tolk die zijn benoeming heeft aanvaard en door de bestuursrechter wordt opgeroepen, zijn verplicht aan de oproeping gevolg te geven. De artikelen 172 en 178 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing. In de oproeping van de deskundige worden vermeld de opdracht die moet worden vervuld, de plaats en het tijdstip waarop de opdracht moet worden vervuld en de gevolgen die zijn verbonden aan het niet verschijnen.
3. Namen en woonplaatsen van de opgeroepen getuigen en deskundigen en de feiten waarop het horen betrekking zal hebben onderscheidenlijk de opdracht die moet worden vervuld, worden bij de uitnodiging, bedoeld in artikel 8:56, aan partijen zoveel mogelijk medegedeeld.
4. Partijen kunnen getuigen en deskundigen meebrengen of bij aangetekende brief of deurwaardersexploit oproepen, mits daarvan uiterlijk tien dagen voor de dag van de zitting aan de rechtbank en aan de andere partijen mededeling is gedaan, met vermelding van namen en woonplaatsen. Op deze bevoegdheid worden partijen in de uitnodiging, bedoeld in artikel 8:56, gewezen.

 

Dit artikel is met ingang van 1 januari 1994 ingevoerd bij wet van 16 december 1993 Stb. 650 (wetsvoorstel 22 495)

[bron: PG Awb II, p. 456-457]

[Eindtekst] Artikel 8:60 [8.2.5.5]
1. De rechtbank kan getuigen oproepen en deskundigen en tolken benoemen.
2. De opgeroepen getuige en de deskundige of de tolk die zijn benoeming heeft aanvaard en door de rechtbank wordt opgeroepen, zijn verplicht aan de oproeping gevolg te geven. De artikelen 198 en 204 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing. In de oproeping van de deskundige worden vermeld de opdracht die moet worden vervuld, de plaats en het tijdstip waarop de opdracht moet worden vervuld en de gevolgen die zijn verbonden aan het niet verschijnen.
3. Namen en woonplaatsen van de opgeroepen getuigen en deskun­digen en de feiten waarop het horen betrekking zal hebben onderschei­denlijk de opdracht die moet worden vervuld, worden bij de uitnodiging, bedoeld in artikel 8:56, aan partijen zoveel mogelijk medegedeeld.
4. Partijen kunnen getuigen en deskundigen meebrengen of bij aange­tekende brief of deurwaardersexploit oproepen, mits daarvan uiterlijk een week voor de dag van de zitting aan de rechtbank en aan de andere partijen mededeling is gedaan, met vermelding van namen en woonplaatsen. Op deze bevoegdheid worden partijen in de uitnodiging, bedoeld in artikel 8:56, gewezen.

Tekst RvS = VvW, behoudens lid 4 dat in de Tekst RvS luidde: Partijen kunnen getuigen en deskundigen meebrengen of bij aangetekende brief of deurwaardersexploit oproepen, mits daarvan uiterlijk een week voor de dag van de zitting aan de rechtbank en aan de andere partijen is kennis gegeven, met mededeling van namen en woonplaatsen. Op deze bevoegdheid worden partijen in de uitnodiging, bedoeld in artikel 8.2.5.1, gewezen.

Advies RvS

Volgens het vierde lid kunnen partijen getuigen en deskundigen meebrengen, mits daarvan uiterlijk een week voor de dag van de zitting kennis wordt gegeven. Nu artikel 115, tweede lid, van de Beroepswet met een termijn van vier dagen genoegen neemt, ware dit verschil op te heffen dan wel daarvoor een motivering te geven.

Nader rapport

Het voorschrift dat partijen getuigen en deskundigen ter zitting kunnen meebrengen, mits daarvan uiterlijk een week voor de zitting aan de rechtbank mededeling wordt gedaan, geeft de griffie van de rechtbank de mogelijkheid dit in alle gevallen tijdig aan de andere partijen mee te delen.

Voorstel van wet

1. De rechtbank kan getuigen oproepen en deskundigen en tolken benoemen.
2. De deskundige die zijn benoeming heeft aanvaard en die door de rechtbank wordt opgeroepen, is verplicht aan de oproeping gevolg te geven. De artikelen 198 en 204 van het Wetboek van Burgerlijke Rechts­vordering zijn van overeenkomstige toepassing. In de oproeping worden vermeld de opdracht die moet worden vervuld, de plaats en het tijdstip waarop de opdracht moet worden vervuld en de gevolgen die zijn verbonden aan het niet verschijnen.
3. Namen en woonplaatsen van de opgeroepen getuigen en deskun­digen en de feiten waarop het horen betrekking zal hebben onderschei­denlijk de opdracht die moet worden vervuld, worden bij de uitnodiging, bedoeld in artikel 8.2.5.1, aan partijen zoveel mogelijk medegedeeld.
4. Partijen kunnen getuigen en deskundigen meebrengen of bij aange­tekende brief of deurwaardersexploit oproepen, mits daarvan uiterlijk een week voor de dag van de zitting aan de rechtbank en aan de andere partijen mededeling is gedaan, met vermelding van namen en woonplaatsen. 0p deze bevoegdheid worden partijen in de uitnodiging, bedoeld in artikel 8.2.5.1, gewezen.

Memorie van toelichting

Dit artikel geeft in het eerste lid de rechtbank de bevoegdheid, ook in deze fase van de procedure getuigen op te roepen en deskundigen en tolken te benoemen. Van de door de rechtbank opgeroepen getuigen en deskundigen wordt op grond van het derde lid mededeling gedaan in de uitnodiging om op de zitting te verschijnen.
Voor partijen zijn er twee mogelijkheden om de verschijning van getuigen en deskundigen te bewerkstelligen, namelijk via een verzoek aan de rechtbank om de betrokkenen op te roepen of rechtstreeks door dezen ter zitting mee te brengen dan wel hen bij deurwaardersexploit of aangetekende brief op te roepen. Uiteraard mogen, indien een partij de rechtstreekse methode verkiest, de rechtbank en de andere partij(en) daardoor niet worden overvallen. Daarom schrijft het vierde lid voor, dat van deze getuigen en deskundigen uiterlijk een week voorafgaande aan de dag van de zitting de namen en woonplaatsen moeten zijn meege­deeld aan de rechtbank en de andere partij(en). Ingevolge artikel 115, tweede lid, van de Beroepswet dient dit uiterlijk vier dagen voor de zitting te zijn meegedeeld. De Wet op de Raad van State daarentegen bepaalt slechts dat daarvan tijdig mededeling wordt gedaan. Een termijn van vier dagen zal naar ons oordeel partijen en de rechtbank in sommige gevallen te weinig gelegenheid bieden om zich adequaat te prepareren op de verschijning van deskundigen en getuigen.

Nota van wijziging

Artikel 8.2.5.5, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:
De eerste volzin komt te luiden: De opgeroepen getuige en de deskundige of de tolk die zijn benoeming heeft aanvaard en door de rechtbank wordt opgeroepen, zijn verplicht aan de oproeping gevolg te geven.
In de derde volzin wordt na «oproeping» ingevoegd: van de deskundige.

Dit artikel is met ingang van 1 januari 2002 gewijzigd bij wet van 6 december 2001 Stb. 581 (wetsvoorstel 27 824)(alleen eindtekst opgenomen)

[Eindtekst] In artikel 8:60, tweede lid, tweede volzin, wordt «De artikelen 198 en 204» vervangen door: De artikelen 172 en 178.

Dit artikel is met ingang van 1 januari 2013 gewijzigd bij wet van 20 december 2012, Stb. 2012, 682 (Wet aanpassing bestuursprocesrecht; kamerstukken 32 450)

[Eindtekst] In de artikelen 8:59 en 8:60 wordt «rechtbank» telkens vervangen door: bestuursrechter.

Voorontwerp

In de artikelen 8:56, 8:57, 8:59 en 8:60 wordt “rechtbank” telkens vervangen door: bestuursrechter.

Voorstel van wet

In de artikelen 8:59 en 8:60 wordt “rechtbank” telkens vervangen door: bestuursrechter.

Memorie van toelichting

Zie Memorie van toelichting bij artikel 8:55e.

Dit artikel is met ingang van 12 juni 2017 gewijzigd bij wet van 13 juli 2016, Stb. 2016, 288 (wetsvoorstel 34 059)

[Eindtekst] In artikel 8:60, vierde lid, wordt «een week» vervangen door: tien dagen.

Memorie van Toelichting

Partijen die getuigen en deskundigen ter zitting willen horen, doen de bestuursrechter en de andere partijen daar uiterlijk tien dagen voor de dag van de zitting mededeling van. In civiele procedures bedraagt de termijn op grond van artikel 30k, tweede lid, juncto 170 Rv, eveneens tien dagen.

 

 

Share This