Artikel 8:65

1. De bestuursrechter sluit het onderzoek ter zitting, wanneer hij van oordeel is dat het is voltooid.
2. Voordat het onderzoek ter zitting wordt gesloten, hebben partijen het recht voor het laatst het woord te voeren.
3. Zodra het onderzoek ter zitting is gesloten, deelt de voorzitter mee wanneer uitspraak zal worden gedaan.

 

Dit artikel is met ingang van 1 januari 1994 ingevoerd bij wet van 16 december 1993 Stb. 650 (wetsvoorstel 22 495)

[bron: PG Awb II, p. 459]

Tekst RvS [8.2.5.11] = VvW

Advies RvS

Volgens deze bepaling kunnen partijen hun stellingen en de gronden waarop die berusten tot de sluiting van het onderzoek ter zitting wijzigen. Het betreft hier blijkbaar wijziging en aanvulling van stellingen en gronden die in het beroepschrift en daarna niet naar voren zijn gekomen. Aan de Raad is het nut van de bepaling niet duidelijk geworden. De procedure betreft de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Het beroepschrift, het vooronderzoek en de behandeling ter zitting dienen om partijen in de gelegenheid te stellen hun inzichten daarover te laten blijken. Hun uitlatingen zullen bij de beoordeling door de rechter een rol spelen, voor zover de andere partijen redelijkerwijs in de gelegenheid zijn geweest er op te reageren. Dit behoeft niet afzonderlijk te worden bepaald. De toelichting op het artikel vermengt naar het oordeel van de Raad deze stand van zaken met een andere. Terecht wordt onderstreept dat een argument dat tussen het tijdstip van het bestreden besluit en de zitting niet naar voren is gebracht nog ter zitting naar voren kan worden gebracht. Met «nieuwe omstandigheid» wordt in het vervolg van de toelichting, gezien het gebezigde voorbeeld, echter bedoeld verbetering van de motivering van het bestreden besluit. Dan is echter niet een wijziging van de in het geschil geuite stellingen en de gronden waarop die berusten aan de orde. Gezien het voorgaande kan aan het artikel slechts betekenis worden toegekend voor zover het zich keert tegen het overvallen van een wederpartij met een nieuw aangevoerde grond. De Raad is van oordeel dat daartegen ook zonder wetsbepaling door de rechter zal worden gewaakt. De Raad adviseert dan ook artikel 8.2.5.10 te schrappen.

Nader rapport

Het advies van de Raad heeft ons ertoe gebracht, het artikel te schrappen. Wij stemmen in met de gedachte, dat het aan de rechter kan worden overgelaten te waken tegen het op enig moment in de procedure overvallen van een partij met tardieve stellingen. De vraag wanneer sprake is van tardieve stellingen en vervolgens de vraag of een partij daardoor in haar procesvoering onredelijk zou worden bemoeilijkt zal de rechter van geval tot geval moeten beantwoorden.
De memorie van toelichting is dienovereenkomstig aangevuld. Voor het geval van verbetering van de motivering van het bestreden besluit hangende het geding kan onder omstandigheden artikel 6.2.14 van de Awb uitkomst bieden. Dit artikel maakt het mogelijk, dat een besluit waartegen beroep is ingesteld, ondanks schending van een vormvoorschrift door de rechter in stand wordt gelaten indien blijkt dat de belanghebbenden daardoor niet zijn benadeeld. Wij verwijzen naar de toelichting op dit artikel bij de eerste tranche van de Awb. In dat geval kan de rechter op grond van artikel 8.2.6.8, tweede lid, bepalen dat aan de appellant het door hem betaalde griffierecht wordt vergoed. Indien de rechter overweegt een veroordeling in de proceskosten uit te spreken, komt artikel 6.2.14 overigens niet voor toepassing in aanmerking. Het besluit wordt dan immers niet vernietigd. In een dergelijk geval zal de rechter gebruik maken van de mogelijkheid van artikel 8.2.6.6, derde lid. Het besluit wordt dan wel vernietigd, waardoor een proceskostenveroordeling mogelijk wordt, maar de gevolgen ervan blijven geheel of gedeeltelijk in stand.

VvW = Eindtekst [8.2.5.10]

Memorie van toelichting

Dit artikel voorziet erin, dat partijen als laatsten (nogmaals) het woord mogen voeren voordat het onderzoek ter zitting wordt gesloten. Aldus wordt hun de gelegenheid gegeven hun standpunt uiteen te zetten over al hetgeen tijdens de zitting is voorgevallen.

Dit artikel is met ingang van 1 januari 2013 gewijzigd bij wet van 20 december 2012, Stb. 2012, 682 (Wet aanpassing bestuursprocesrecht; kamerstukken 32 450)

[Eindtekst] In artikel 8:65, eerste lid, wordt «rechtbank» vervangen door «bestuurs-rechter» en wordt «zij» vervangen door: hij.

VO = VvW

Voorstel van wet

In artikel 8:65, eerste lid, wordt “rechtbank” vervangen door “bestuursrechter” en wordt “zij” vervangen door: hij.

Memorie van toelichting 

Zie Memorie van toelichting bij artikel 8:62.

 

Share This