Artikel 8:67

1. De bestuursrechter kan na de sluiting van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak doen. De uitspraak kan voor ten hoogste een week worden verdaagd onder aanzegging aan partijen van het tijdstip van de uitspraak.
2. De mondelinge uitspraak bestaat uit de beslissing en de gronden van de beslissing.
3. Van de mondelinge uitspraak wordt door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.
4. Het wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Bij verhindering van de voorzitter of de griffier wordt dit in het proces-verbaal vermeld.
5. De bestuursrechter spreekt de beslissing, bedoeld in het tweede lid, in het openbaar uit, in tegenwoordigheid van de griffier. Daarbij wordt vermeld door wie, binnen welke termijn en bij welke bestuursrechter welk rechtsmiddel kan worden aangewend.
6. De mededeling, bedoeld in het vijfde lid, tweede volzin, wordt in het proces-verbaal vermeld.

 

Dit artikel is met ingang van 1 januari 1994 ingevoerd bij wet van 16 december 1993 Stb. 650 (wetsvoorstel 22 495)

[bron: PG Awb II, p. 461-462]

Tekst RvS = VvW [8.2.6.2], behoudens lid 1, tweede volzin, die in de Tekst RvS luidde: De uitspraak kan voor ten hoogste drie dagen worden verdaagd onder aanzegging aan partijen van het tijdstip van de uitspraak.

Advies RvS

In de toelichting bij dit artikel wordt niet gemotiveerd waarom, anders dan in artikel 102, eerste lid, van de Wet op de Raad van State, een verdagingstermijn niet van veertien maar van drie dagen is gekozen.
Zo de termijn niet alsnog wordt gewijzigd, ware het verschil te motiveren. Naar de ervaring van de Afdeling rechtspraak van de Raad van State kan het beschikbaar zijn van enige tijdsruimte voor het formuleren van de gronden in het proces-verbaal en het gereedmaken van het proces-verbaal het gebruik van de figuur van de mondelinge uitspraak bevorderen.

Nader rapport

De reden waarom voor een korte verdagingstermijn is gekozen, is dat daardoor de primaire ratio van het «onmiddellijk mondeling uitspraak doen», een snelle beslissing in evidente gevallen, wordt benadrukt. Een verdagingstermijn van twee weken is om die reden te lang. Niettemin verdient het aanbeveling, de termijn van drie dagen om redenen als door de Raad aangestipt enigermate te verlengen. In het gewijzigde voorstel van wet is de termijn nu bepaald op een week. De memorie van toelichting is in bovenstaande zin aangevuld.

Voorstel van wet

1. De rechtbank kan na de sluiting van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak doen. De uitspraak kan voor ten hoogste een week worden verdaagd onder aanzegging aan partijen van het tijdstip van de uitspraak.
2. De mondelinge uitspraak bestaat uit de beslissing en de gronden van de beslissing.
3. Van de mondelinge uitspraak wordt door de griffier een proces­-verbaal opgemaakt.
4. Het wordt door de voorzitter van de meervoudige kamer en de griffier ondertekend. Bij verhindering van de voorzitter of de griffier wordt dit in het proces-verbaal vermeld.
5. De rechtbank spreekt de beslissing, bedoeld in het tweede lid, in het openbaar uit, in tegenwoordigheid van de griffier.

Memorie van toelichting

Het is denkbaar, dat tijdens de zitting blijkt dat een zaak dermate duidelijk ligt, dat het geschil door de rechtbank (vrijwel) aanstonds na de zitting kan worden beslist. Zo is het mogelijk dat de verklaring van een getuige of deskundige ter zitting zonder meer doorslaggevend moet worden geacht of kan omgekeerd tijdens de zitting blijken dat aan de verklaring van een getuige geen enkele waarde kan worden toegekend.
Ook is denkbaar dat een partij een verklaring aflegt waardoor de afloop van de zaak wel vaststaat. In dit soort gevallen dient de rechtbank te beschikken over een middel om de zaak snel en zonder overbodige werkzaamheden te kunnen afdoen. Hierin wordt voorzien door het bieden van de mogelijkheid van het doen van een mondelinge uitspraak. Onder omstandigheden kan dit voor partijen ook een signaal zijn dat de zaak kennelijk zo duidelijk ligt, dat verder procederen geen zin heeft.
De rechtbank kan de uitspraak voor ten hoogste een week verdagen. Dit kan onder omstandigheden praktisch zijn.
Van de mondelinge uitspraak wordt een proces-verbaal opgemaakt. Het ligt in de aard van de zaak besloten, dat dit proces-verbaal een beknopt, maar daarom niet minder overtuigend karakter draagt. Indien toch hoger beroep wordt ingesteld, zal de appelrechter aan dit proces­-verbaal van de zitting voldoende gegevens kunnen ontlenen om de uitspraak in eerste aanleg adequaat te kunnen behandelen. Ingevolge artikel 8.2.6.14 wordt het proces-verbaal binnen veertien dagen na de dagtekening van de uitspraak aan partijen toegezonden.

Tweede nota van wijziging

Artikel 8.2.6.2 wordt als volgt gewijzigd:
Aan het vijfde lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Daarbij wordt vermeld door wie, binnen welke termijn, en bij welke administratieve rechter welk rechtsmiddel kan worden aangewend.
Aan het artikel wordt een zesde lid toegevoegd, luidende:
6. De mededeling, bedoeld in het vijfde lid, tweede volzin, wordt in het proces-verbaal vermeld.

Dit artikel is met ingang van 1 januari 2013 gewijzigd bij wet van 20 december 2012, Stb. 2012, 682 (Wet aanpassing bestuursprocesrecht; kamerstukken 32 450)

[Eindtekst] Artikel 8:67 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste en vijfde lid wordt «rechtbank» vervangen door: bestuursrechter.
2. In het vierde lid vervalt: van de meervoudige kamer.
3. In het vijfde lid wordt «administratieve rechter» vervangen door: bestuursrechter.

Voorontwerp

Artikel 8:67 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste en het vijfde lid wordt rechtbank telkens vervangen door bestuursrechter.
2. In het vijfde lid, tweede volzin, wordt “administratieve rechter” vervangen door: bestuursrechter.

Voorstel van wet

Artikel 8:67 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste en vijfde lid wordt “rechtbank” vervangen door: bestuursrechter.
2. In het vijfde lid wordt “administratieve rechter” vervangen door: bestuursrechter.

Memorie van toelichting

Zie Memorie van toelichting bij artikel 8:62

Nota van wijziging

In onderdeel VVV (artikel 8:67) wordt, onder vernummering van onderdeel 2 tot onderdeel 3, een onderdeel ingevoegd, luidende:
2. In het vierde lid vervalt: van de meervoudige kamer.

 

Share This