Artikel 8:82

1. Van de verzoeker wordt door de griffier een griffierecht geheven.
2. Het griffierecht is gelijk aan het griffierecht dat de verzoeker ten tijde van de indiening van het verzoek voor de hoofdzaak verschuldigd is of zou zijn.
3. Artikel 8:41, derde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn voor de bijschrijving of storting van het griffierecht twee weken bedraagt. De voorzieningenrechter kan een kortere termijn stellen.
4. De griffier betaalt het griffierecht terug indien het verzoek wordt ingetrokken:
a. omdat het bestuursorgaan aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit tijdens de procedure over de hoofdzaak op te schorten, of
b. omdat de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen.
5. De uitspraak kan inhouden dat het betaalde griffierecht door het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.
6. In andere gevallen kan het bestuursorgaan het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.

 

Dit artikel is met ingang van 1 januari 1994 ingevoerd bij wet van 16 december 1993 Stb. 650 (wetsvoorstel 22 495)

[bron: PG Awb II, p. 508-509]

[Eindtekst] Artikel 8:82 [8.3.2]
1. Van de verzoeker wordt door de griffier een griffierecht geheven. Artikel 8:41, eerste lid, tweede volzin, derde en vijfde lid, is van overeen­komstige toepassing.
2. Artikel 8:41, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken bedraagt. De president kan een kortere termijn stellen.
3. Indien het verzoek wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de president schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit hangende de procedure met betrekking tot de hoofdzaak op te schorten dan wel de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen wordt het betaalde griffierecht door de griffier terugbe­taald. In de overige gevallen kan de desbetreffende rechtspersoon het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
4. De uitspraak kan inhouden dat het betaalde griffierecht door de door de president aangewezen rechtspersoon geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.

Tekst RvS

1. Van de verzoeker wordt door de griffier een griffierecht geheven van f 50,–. Artikel 8.2.1.1, eerste en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Artikel 8.2.1.1, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken bedraagt. De president kan een kortere termijn stellen.
3. Indien het verzoek wordt ingetrokken kan de desbetreffende rechtspersoon het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
4. Bij gehele of gedeeltelijk toewijzing van het verzoek kan de uitspraak inhouden dat het griffierecht geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.
5. De behandeling wordt niet voortgezet indien het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de president schriftelijk heeft meegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit hangende de procedure met betrekking tot de hoofdzaak op te schorten dan wel de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen, en de verzoeker instemt met het niet voortzetten van de behandeling. Het betaalde griffierecht wordt niet door de griffier terugbetaald.

Voorstel van wet

1. Van de verzoeker wordt door de griffier een griffierecht geheven van f 50,-. Artikel 8.2.1.1, eerste en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Artikel 8.2.1.1, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken bedraagt. De president kan een kortere termijn stellen.
3. Indien het verzoek wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de president schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit hangende de procedure met betrekking tot de hoofdzaak op te schorten dan wel de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen wordt het betaalde griffierecht door de griffier terugbe­taald. In de overige gevallen kan de desbetreffende rechtspersoon het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
4. De uitspraak kan inhouden dat het betaalde griffierecht door de door de president aangewezen rechtspersoon geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.

Memorie van toelichting

Voor de behandeling van een verzoek om voorlopige voorziening zal een griffierecht van f 50 worden geheven. Indien het verzoek wordt ingetrokken, dient de griffier de indiener van het verzoekschrift het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk te vergoeden wanneer het bestuursorgaan of de belanghebbende tot wie het besluit is gericht beslist niet tot onmiddellijke uitvoering over te gaan. Het griffierecht kan in de overige gevallen waarin het verzoek wordt ingetrokken door het betrokken bestuursorgaan worden vergoed. Deze regeling sluit aan op de algemene regeling van terugbetaling van griffierecht, zoals opgenomen in afdeling 8.2.1.[1]

Eindverslag

Zie Eindverslag bij artikel 8:73.

Nota naar aanleiding van het verslag

Zie Nota naar aanleiding van het eindverslag bij artikel 8:73.

Tweede nota van wijziging

In artikel 8.3.2 komt het eerste lid te luiden:
1. Van de verzoeker wordt door de griffier een griffierecht geheven. Artikel 8.2.1.1, eerste lid, tweede volzin, derde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Toelichting Tweede NvW
Zie Toelichting Tweede NvW bij artikel 8:41.

Dit artikel is met ingang van 17 mei 1995 gewijzigd bij wet van 26 april 1995 Stb. 250 (wetsvoorstel 23 780).

[bron: PG Awb III, p. 425]

[Eindtekst]
1. Van de verzoeker wordt door de griffier een griffierecht geheven. Artikel 8:41, eerste lid, tweede en derde volzin, derde en vijfde lid, is van overeen­komstige toepassing.
2. Artikel 8:41, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken bedraagt. De president kan een kortere termijn stellen.
3. Indien het verzoek wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de president schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit hangende de procedure met betrekking tot de hoofdzaak op te schorten dan wel de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen wordt het betaalde griffierecht door de griffier terugbe­taald. In de overige gevallen kan de desbetreffende rechtspersoon, indien het verzoek wordt inge­trokken, het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
4. De uitspraak kan inhouden dat het betaalde griffierecht door de door de president aangewezen rechtspersoon geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.

Voorstel van wet

Artikel 8:82 wordt gewijzigd als volgt:
In het eerste lid wordt «tweede volzin» vervan­gen door: tweede en derde volzin.
In het derde lid, tweede volzin, wordt na «rechts­persoon» ingevoegd: , indien het verzoek wordt inge­trokken,.

Memorie van toelichting

Zie MvT bij artikel 8:41. De voorgestelde toevoegingen in artikel 8:41, eerste lid, worden hier van overeenkomstige toepassing verklaard. Daarmee wordt tegelijkertijd de aanvankelijk – ten onrechte – niet genoemde derde volzin van artikel 8:41, eerste lid, opgeno­men.
Analoog aan artikel 8:41, vierde lid, tweede volzin, wordt nu expliciet gemaakt dat deze bepaling betrekking heeft op andere dan de in artikel 8:82, derde lid, eerste volzin, bedoelde gevallen van intrekking van het verzoek om voorlopi­ge voorziening.
Wij maken overigens, in verband met een in de praktijk gere­zen vraag, van de gelegenheid gebruik om op te merken dat het derde en het vierde lid van artikel 8:82 los van elkaar staan. Het derde lid heeft betrekking op wat er met het betaalde griffierecht moet of kan gebeuren bij intrekking van het verzoek. In dat geval volgt uiteraard geen uitspraak. Het vierde lid heeft betrekking op wat er met het betaalde grif­fierecht kan gebeuren indien het verzoek niet wordt ingetrok­ken en het dus wel tot een uitspraak komt.

Dit artikel is met ingang van 1 januari 2002 gewijzigd bij wet van 6 december 2001 Stb. 584 (wetsvoorstel 27 878) (alleen eindtekst opgenomen)

[Eindtekst]
In de artikelen 8:81, eerste lid, 8:82, tweede, derde en vierde lid, 8:83, eerste, derde en vierde lid, 8:84, eerste en tweede lid, 8:85, eerste lid, 8:86, eerste en tweede lid, en 8:87, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt «de president» telkens vervangen door: de voorzieningenrechter.

Dit artikel is met ingang van 1 juli 2009 gewijzigd bij wet van 25 juni 2009, Stb. 264 (wetsvoorstel 29 702).

[Eindtekst] Artikel 8:82 wordt gewijzigd als volgt:
1. In het derde lid, tweede volzin, wordt “de desbetreffende rechtspersoon” vervangen door: het bestuursorgaan.
2. In het vierde lid wordt “de door de voorzieningenrechter aangewezen rechtspersoon” vervangen door: het bestuursorgaan.

VO Dit artikel was in het VO niet opgenomen.

Tekst RvS = VvW

VvW = Eindtekst

Memorie van toelichting

[29 702, p. 71]

Zie Memorie van toelichting bij artikel 8:41.

Dit artikel is met ingang van 1 januari 2013 gewijzigd bij wet van 20 december 2012, Stb. 2012, 682 (Wet aanpassing bestuursprocesrecht; kamerstukken 32 450)

[Eindtekst]
1. Van de verzoeker wordt door de griffier een griffierecht geheven.
2. Het griffierecht is gelijk aan het griffierecht dat de verzoeker ten tijde van de indiening van het verzoek voor de hoofdzaak verschuldigd is of zou zijn.
3. Artikel 8:41, derde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn voor de bijschrijving of storting van het griffierecht twee weken bedraagt. De voorzieningenrechter kan een kortere termijn stellen.
4. De griffier betaalt het griffierecht terug indien het verzoek wordt ingetrokken:
a. omdat het bestuursorgaan aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit tijdens de procedure over de hoofdzaak op te schorten, of
b. omdat de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen.
5. De uitspraak kan inhouden dat het betaalde griffierecht door het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.
6. In andere gevallen kan het bestuursorgaan het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.

Voorontwerp

Artikel 8:82 komt te luiden:
1. Van de verzoeker wordt door de griffier een griffierecht geheven.
2. Het griffierecht is gelijk aan het griffierecht dat de verzoeker ten tijde van de indiening van het verzoek voor de hoofdzaak verschuldigd is of zou zijn.
3. Artikel 8:41, derde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn voor de bijschrijving of storting van het griffierecht twee weken bedraagt. De voorzieningenrechter kan een kortere termijn stellen.
4. Indien het verzoek wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit hangende de procedure met betrekking tot de hoofdzaak op te schorten dan wel de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen, betaalt de griffier het griffierecht terug.
5. In andere gevallen kan het bestuursorgaan [bij intrekking van het verzoek] het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
6. De uitspraak kan inhouden dat het betaalde griffierecht door het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.

Voorstel van wet

Artikel 8:82 komt te luiden:
1. Van de verzoeker wordt door de griffier een griffierecht geheven.
2. Het griffierecht is gelijk aan het griffierecht dat de verzoeker ten tijde van de indiening van het verzoek voor de hoofdzaak verschuldigd is of zou zijn.
3. Artikel 8:41, derde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn voor de bijschrijving of storting van het griffierecht twee weken bedraagt. De voorzieningenrechter kan een kortere termijn stellen.
4. De griffier betaalt het griffierecht terug indien het verzoek wordt ingetrokken:
a. omdat het bestuursorgaan aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit tijdens de procedure over de hoofdzaak op te schorten, of
b. omdat de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen.
5. De uitspraak kan inhouden dat het betaalde griffierecht door het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.
6. In andere gevallen kan het bestuursorgaan het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.

Memorie van toelichting

Dit artikel regelt het griffierecht bij een verzoek om voorlopige voorziening. Het is qua strekking gelijk aan het huidige artikel 8:82, maar redactioneel aangepast. In de het tweede lid is de regel uitgeschreven die ook nu al geldt, namelijk dat het griffierecht voor een verzoek om voorlopige voorziening gelijk is aan het griffierecht voor de hoofdzaak. In het zesde lid, zijn de woorden “indien het verzoek wordt ingetrokken” vervallen. Incidenteel kan er ook in andere gevallen aanleiding zijn het griffierecht te vergoeden.

 

[1] Zie PG Awb II, p. 427 e.v.

 

 

Share This