Artikel 8:87

1. De voorzieningenrechter kan, ook ambtshalve, een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen, ook als zij is getroffen met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid.
2. De artikelen 8:81, tweede, derde en vierde lid, en 8:82 tot en met 8:86 zijn van overeenkomstige toepassing. Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan een verzoek om opheffing of wijziging eveneens worden gedaan door een belanghebbende die door de voorlopige voorziening rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen, door het bestuursorgaan of door het beroepsorgaan.
3. Indien een verzoek om opheffing of wijziging is gedaan door het bestuursorgaan of het beroepsorgaan en het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen, kan de uitspraak inhouden dat het betaalde griffierecht door de griffier aan het bestuursorgaan wordt terugbetaald.

 

Dit artikel is met ingang van 1 januari 1994 ingevoerd bij wet van 16 december 1993 Stb. 650 (wetsvoorstel 22 495)

[bron: PG Awb II, p. 513-514]

[Eindtekst] Artikel 8:87 [8.3.8a]
De president kan, ook ambtshalve, een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen. De artikelen 8:81, tweede lid, en 8:82 tot en met 8:86 zijn van overeenkomstige toepassing.

Tekst RvS Dit artikel is in de Tekst RvS niet opgenomen

VvW Dit artikel is in het VvW niet opgenomen.

Tweede NvW = Eindtekst

Dit artikel is met ingang van 1 januari 1994 gewijzigd bij wet van 23 december 1993 Stb. 690 (wetsvoorstel 23 258)

NvW = Eindtekst

Toelichting NvW
Zie Toel. NvW bij artikel 8:83

Dit artikel is met ingang van 17 mei 1995 gewijzigd bij wet van 26 april 1995 Stb. 250 (wetsvoorstel 23 780).

[bron: PG Awb III, p. 426-427]

[Eindtekst]
1. De president kan, ook ambtshalve, een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.
2. De artikelen 8:81, tweede, derde en vierde lid, en 8:82 tot en met 8:86 zijn van overeenkomstige toepassing. Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan een verzoek om opheffing of wijziging eveneens worden gedaan door een belanghebbende die door de voorlopige voorziening rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen, door het bestuursorgaan of door het beroepsorgaan.
3. Indien een verzoek om opheffing of wijziging is gedaan door het be­stuursorgaan of het beroepsorgaan en het verzoek geheel of gedeelte­lijk wordt toegewezen, kan de uitspraak inhouden dat het betaalde griffierecht door de griffier aan de desbetreffende rechtspersoon wordt terugbetaald.

Voorstel van wet

Aan artikel 8:87 wordt een derde lid toegevoegd, lui­dende:
3. Indien een verzoek om opheffing of wijziging is gedaan door het be­stuursorgaan of het beroepsorgaan en het verzoek geheel of gedeelte­lijk wordt toegewezen, kan de uitspraak inhouden dat het betaalde griffierecht door de griffier aan de desbetreffende rechtspersoon wordt terugbetaald.

Memorie van toelichting

De huidige regeling van het griffierecht bij een ver­zoek om opheffing of wijziging van een voorlopige voorziening bevat geen voorziening voor vergoeding of terugbetaling van het door het bestuursorgaan of het beroeps­orgaan op grond van artikel 8:87, tweede lid, juncto artikel 8:82, eerste lid, betaalde griffierecht als het door het bestuursor­gaan of het beroeps­orgaan gedane verzoek geheel of gedeeltelijk is toege­wezen. De voorgestelde aanvulling van artikel 8:87 voorziet erin dat in dat geval in de uitspraak kan worden bepaald dat het griffie­recht door de griffier wordt terugbetaald.

Dit artikel is met ingang van 1 januari 2002 gewijzigd bij wet van 6 december 2001 Stb. 584 (wetsvoorstel 27 878) (alleen eindtekst opgenomen)

[Eindtekst]
In de artikelen 8:81, eerste lid, 8:82, tweede, derde en vierde lid, 8:83, eerste, derde en vierde lid, 8:84, eerste en tweede lid, 8:85, eerste lid, 8:86, eerste en tweede lid, en 8:87, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt «de president» telkens vervangen door: de voorzieningenrechter.

Dit artikel is met ingang van 1 juli 2009 gewijzigd bij wet van 25 juni 2009, Stb. 264 (wetsvoorstel 29 702).

[Eindtekst]
In artikel 8:87, derde lid, wordt “de desbetreffende rechtspersoon” vervangen door: het bestuursorgaan.

VO Dit artikel was in het voorontwerp niet opgenomen.

Tekst RvS = VvW

VvW = Eindtekst

Memorie van toelichting

[29 702, p. 71]

Zie Memorie van toelichting bij artikel 8:41.

Dit artikel is met ingang van 1 januari 2013 gewijzigd bij wet van 20 december 2012, Stb. 2012, 682 (Wet aanpassing bestuursprocesrecht; kamerstukken 32 450)

[Eindtekst]
1. Aan het slot van het eerste lid wordt toegevoegd: , ook als zij is getroffen met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid.
2. In het tweede lid wordt «rechtbank» vervangen door: bestuursrechter.

Voorontwerp

Dit artikel was niet in het consultatievoorstel opgenomen, behoudens het eerste lid. Zie artikel 8:85.

Voorstel van wet

In artikel 8:87, tweede lid, wordt “rechtbank” vervangen door: bestuursrechter.

Memorie van toelichting

Omdat de titels 8.1 tot en met 8.3 voortaan niet meer uitsluitend voor de rechtbank, maar ook voor de andere in eerste aanleg oordelende bestuursrechters gelden, is telkens “de rechtbank” vervangen door: de bestuursrechter. Dit maakt het noodzakelijk om in voorkomende gevallen ook ”zij” te vervangen door: hij.

Nota van wijziging

Artikel 8:87 wordt gewijzigd als volgt:
1. Aan het slot van het eerste lid wordt toegevoegd: , ook als zij is getroffen met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid.
2. In het tweede lid wordt «rechtbank» vervangen door: bestuursrechter.

Toelichting NvW
Aan de eerder voorgestelde wijziging van dit artikel is toegevoegd een wijziging van het eerste lid. Deze wijziging hangt samen met het schrappen in artikel 8:72, vijfde lid (zesde lid in het oorspronkelijke wetsvoorstel) van de zin: «Artikel 8:87 is van overeenkomstige toepassing.» Zie de voorlaatste alinea van de toelichting, hierboven, bij de wijziging van artikel 8:72.

 

Share This