Artikel 8:91

1. Indien het verzoek wordt gedaan gedurende het beroep tegen of het hoger beroep omtrent het schadeveroorzakende besluit, wordt het ingediend bij de bestuursrechter waarbij het beroep of het hoger beroep aanhangig is.
2. In dat geval is artikel 8:90, tweede lid, niet van toepassing.
3. Indien het verzoek wordt gedaan in hoger beroep beslist de hogerberoepsrechter op het verzoek, tenzij hij het verzoek naar de rechtbank verwijst omdat het naar zijn oordeel behandeling door de rechtbank behoeft.

 

Dit artikel is met ingang van 1 juli 2013 ingevoegd bij wet van 31 januari 2013, Stb. 2013, 50 (Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten; kamerstukken 32 621).
Voorontwerp

1. Het verzoek kan ook worden gedaan gedurende het aanhangig zijn van het beroep of hoger beroep tegen het schadeveroorzakende besluit.
2. Indien het verzoek wordt gedaan in hoger beroep kan de hogerberoepsrechter op het verzoek beslissen, tenzij het verzoek naar zijn oordeel behandeling door de rechtbank behoeft.

Voorstel van wet 

1. Indien het verzoek wordt gedaan gedurende het beroep of het hoger beroep tegen het schadeveroorzakende besluit, wordt het ingediend bij de bestuursrechter waarbij het beroep of het hoger beroep aanhangig is.
2. In dat geval is artikel 8:90, tweede lid, niet van toepassing.
3. Indien het verzoek wordt gedaan in hoger beroep beslist de hogerberoepsrechter op het verzoek, tenzij hij het verzoek naar de rechtbank verwijst omdat het naar zijn oordeel behandeling door de rechtbank behoeft.

Memorie van toelichting

Het verzoek om schadevergoeding kan worden gedaan tijdens de beroepsprocedure tegen het schadeveroorzakende besluit. Dit kan uiteraard alleen als de rechter die het beroep behandelt ook bevoegd is over het schadeverzoek te beslissen (zie art. 8:89). In de procedure van kleine schadezaken (verzoek bedraagt niet meer dan € 25 000) zijn zowel de bestuursrechter als de burgerlijke rechter bevoegd over het schadeverzoek te oordelen. Dit betekent dat een belanghebbende hangende het beroep alleen om schadevergoeding kan vragen als hij niet meer dan € 25 000 schadevergoeding verzoekt. Als hij een hogere vergoeding wil hebben moet hij zich tot de burgerlijke rechter wenden.
Hoewel artikel 8:90, eerste lid, op zichzelf niet uitsluit dat het schadeverzoek hangende het beroep tegen het beweerdelijk schadeveroorzakende besluit kan worden gedaan, behoeft dit geval enige nadere regels, die in dit artikel zijn neergelegd. Zo is in het tweede lid bepaald dat de verplichting van het tweede lid van artikel 8:90 om het bestuursorgaan acht weken tevoren om vergoeding te vragen, hier niet geldt. Het bestuursorgaan is immers reeds in de de beroepsprocedure betrokken, en daardoor op de hoogte.
Het derde lid bepaalt dat, wanneer het verzoek om schadevergoeding in hoger beroep wordt gedaan, de hogerberoepsrechter op het verzoek beslist, tenzij het verzoek naar zijn oordeel behandeling door de rechtbank behoeft.

Nota naar aanleiding van het verslag

44. De leden van de CDA-fractie merken op dat de gelaedeerde het verzoekschrift na afloop van het beroep tegen het schadeveroorzakende besluit kan indienen, maar ook tijdens de procedure. Op beide gevallen is een ander artikel van toepassing. Zij vragen wat precies de verschillen zijn.

Als het verzoekschrift wordt ingediend na afloop van het beroep tegen het schadeveroorzakende besluit, dan is op dat moment reeds duidelijk dat het schadeveroorzakende besluit onrechtmatig was. De gelaedeerde verzoekt in dat geval eerst het bestuursorgaan om de schade te vergoeden (artikel 8:90, tweede lid). Als het bestuursorgaan vervolgens – binnen acht weken – tot schadevergoeding overgaat en belanghebbende kan zich vinden in de hoogte van het schadebedrag, hoeft de gang naar de rechter uiteraard niet meer te worden gemaakt. Als het bestuursorgaan weigert de schade te vergoeden of als de belanghebbende het bedrag te laag vindt, start de belanghebbende de verzoekschriftprocedure bij de rechter. In artikel 8:90, eerste lid, is voor die situatie geregeld welke rechter bevoegd is het schadeverzoek te behandelen: de bestuursrechter die ook bevoegd was kennis te nemen van het schadeveroorzakende besluit.
Het is ook mogelijk om het schadeverzoek al tijdens het beroep of het hoger beroep tegen het schadeveroorzakende besluit in te dienen. Omdat dan nog niet duidelijk is of het schadeveroorzakende besluit rechtmatig of onrechtmatig is en er derhalve nog een rechter bezig is met de zaak, moeten er dan enkele andere regels gelden. Deze regels staan in artikel 8:91. Als het verzoek wordt gedaan gedurende de procedure tegen het schadeveroorzakende besluit, moet het verzoek worden ingediend bij de rechter waarbij het beroep of hoger beroep tegen dit schadeveroorzakende besluit aanhangig is (art. 8:91, eerste lid). Het is in dat geval niet nodig dat de gelaedeerde eerst een verzoek tot schadevergoeding aan het bestuursorgaan doet (art. 8:91, tweede lid). Het bestuursorgaan kan op dat moment immers nog niet beslissen op een dergelijk verzoek omdat het evenals de gelaedeerde nog in afwachting is van het oordeel van de rechter over het schadeveroorzakende besluit. Het derde lid van artikel 8:91 geeft een regeling voor het geval het verzoek in hoger beroep wordt gedaan. Alsdan beslist de hogerberoepsrechter op het verzoek, tenzij hij het verzoek naar de rechtbank verwijst omdat het naar zijn oordeel behandeling door de rechtbank behoeft.

 Dit artikel is met ingang van 23 december 2014 gewijzigd bij wet van 26 november 2014, Stb. 2014, 540 (Wet tot herstel van wetstechnische gebreken en leemten; Kamerstukken 33 951)
Voorstel van wet

In artikel 8:91, eerste lid, wordt «het beroep of het hoger beroep tegen het schadeveroorzakende besluit» vervangen door: het beroep tegen of het hoger beroep omtrent het schadeveroorzakende besluit.

Memorie van Toelichting

Met deze wijziging wordt een tekstuele correctie aangebracht in artikel 8:91, eerste lid, Awb, dat thans spreekt van hoger beroep «tegen» het schadeveroorzakende besluit. Juister is het te spreken over hoger beroep «omtrent» het schadeveroorzakende besluit, omdat niet een besluit, maar een uitspraak van de rechtbank voorwerp is van hoger beroep. Die formulering wordt ook gehanteerd in artikel 8:105, tweede lid, Awb.

Share This