Artikel 8:92

1. Het verzoekschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de verzoeker;
b. de dagtekening;
c. een aanduiding van de oorzaak van de schade;
d. een opgave van de aard van de geleden of de te lijden schade en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade en een specificatie daarvan;
e. de gronden van het verzoek.
2. Bij het verzoekschrift worden zo mogelijk een afschrift van het schadeveroorzakende besluit waarop het verzoekschrift betrekking heeft, en van het verzoek, bedoeld in artikel 8:90, tweede lid, overgelegd.
3. Artikel 6:5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

 

Dit artikel is met ingang van 1 juli 2013 ingevoegd bij wet van 31 januari 2013, Stb. 2013, 50 (Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten; kamerstukken 32 621)
Voorontwerp

Het verzoekschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de verzoeker,
b. de dagtekening,
c. een aanduiding van de schadeoorzaak,
d. een opgave van de aard van de geleden of de te lijden schade en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade en een specificatie daarvan, en
e. de gronden van het verzoek.

Voorstel van wet

1. Het verzoekschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de verzoeker;
b. de dagtekening;
c. een aanduiding van de oorzaak van de schade;
d. een opgave van de aard van de geleden of de te lijden schade en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade en een specificatie daarvan;
e. de gronden van het verzoek.
2. Bij het verzoekschrift worden zo mogelijk een afschrift van het schadeveroorzakende besluit waarop het verzoekschrift betrekking heeft, en van het verzoek als bedoeld in artikel 8:90, tweede lid, overgelegd.
3. Artikel 6:5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Memorie van toelichting

Voor deze bepaling heeft artikel 6:5 model gestaan. Het verzoek bevat ten minste de naam en het adres van verzoeker, de dagtekening, een aanduiding van de schadeveroorzakende gebeurtenis alsmede een omschrijving van de geleden of de te lijden schade en de gronden van het verzoek. In het geval (nog) geen concreet beeld bestaat van het schadebedrag, zal de indiener kunnen volstaan met een zo goed mogelijk omschreven verwachting op dit punt. Deze verwachting kan nadien nog worden bijgesteld. Zo zou bijvoorbeeld na indiening van het schadeverzoek bij de bestuursrechter in de loop van de procedure kunnen blijken dat de schade hoger uitvalt dan oorspronkelijk is verzocht. Verzoeker kan dit voorafgaand aan de zitting (schriftelijk) of tijdens de zitting naar voren brengen. Het verzoekschrift moet voldoende zijn onderbouwd. Ook moet zo mogelijk een afschrift van het besluit dat de schade veroorzaakte, worden overgelegd. Ten slotte moet zo mogelijk ook een afschrift worden overgelegd van het verzoek aan het bestuursorgaan om schadevergoeding. Op grond van artikel 8:90, tweede lid, moet de belanghebbende, alvorens hij het verzoek om schadevergoeding bij de bestuursrechter kan indienen, eerst het betrokken bestuursorgaan schriftelijk om vergoeding van de schade vragen. Pas acht weken nadat hij het bestuursorgaan om schadevergoeding heeft gevraagd, kan hij het verzoekschrift bij de bestuursrechter indienen. Indien een of meer van de vereiste gegevens of documenten ontbreken, kan het verzoekschrift op grond van artikel 6:6 niet ontvankelijk worden verklaard, mits verzoeker in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen binnen een redelijke termijn (art. 8:94 juncto art. 6:6).

Nota van wijziging

In artikel 8:92, tweede lid, wordt «het verzoek als bedoeld» vervangen door: het verzoek, bedoeld.

Onderdelen 6 tot en met 9 (artikelen 8:88, 8:92, 8:93, 8:104, 8:105 en 8:108)
Dit zijn technische correcties.

Gewijzigd voorstel van wet

Artikel 8:92
1. Het verzoekschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
a. de naam en het adres van de verzoeker;
b. de dagtekening;
c. een aanduiding van de oorzaak van de schade;
d. een opgave van de aard van de geleden of de te lijden schade en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade en een specificatie daarvan;
e. de gronden van het verzoek.
2. Bij het verzoekschrift worden zo mogelijk een afschrift van het schadeveroorzakende besluit waarop het verzoekschrift betrekking heeft, en van het verzoek, bedoeld in artikel 8:90, tweede lid, overgelegd.
3. Artikel 6:5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Voorlopig verslag I

3.3 Verzoekschriftprocedure
De leden van de VVD-fractie merken op dat artikel 8:92 Awb stelt dat het verzoekschrift onder meer de aard en het bedrag van de gevorderde schade en de gronden van het verzoek dient te bevatten. In het eerder genoemde artikel van Schueler wordt gesteld dat de memorie van toelichting onvoldoende duidelijk maakt of verzoekers hiermee in een «schadefuik» kunnen lopen.[1] In de memorie van toelichting wordt immers gesteld dat «het beginsel van de goede procesorde» er aan in de weg kan staan om in de procedure ten overstaan van de bestuursrechter nadere gegevens te overleggen.[2] Het codificeren van een dergelijke fuik zou betekenen dat bij het verzoekschrift de aard en de hoogte van de schade zoveel mogelijk moeten worden gespecificeerd en dat verzoekers, als zij dit niet doen, van de rechter te horen kunnen krijgen dat zij te laat zijn met het specificeren van hun verzoek, zodat de rechter daarmee geen rekening meer kan houden. Noch de tekst van het voorstel noch de toelichting biedt de garantie dat de rechter met een vermeerdering of specificatie van het schadebedrag rekening zal houden. De rechter kan dit doen.[3] Heeft de regering inderdaad beoogd om een dergelijke «schadefuik» te codificeren? Kan de regering de volgens de heer Schueler multi-interpretabele passage op bladzijde 49 van de memorie van toelichting nader specificeren, op een zodanige wijze dat de rechtspraktijk daaraan houvast heeft en benadeelden niet onnodig worden geconfronteerd met procedurele fuiken?

Memorie van antwoord I

3.3 Verzoekschriftprocedure
Onder verwijzing naar enkele juridische publicaties vragen de leden van de VVD-fractie of de regering heeft beoogd om een «schadefuik» te codificeren in het wetsvoorstel. Zij stellen deze vraag zowel met betrekking tot het onderdeel schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsbesluiten als met betrekking tot nadeelcompensatie. De publicaties waarnaar deze leden verwijzen, hebben beide betrekking op het in 2007 openbaar gemaakte voorontwerp van dit wetsvoorstel. Onder meer naar aanleiding van de reacties die in de juridische vakliteratuur zijn verschenen op het voorontwerp, zijn de tekst van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting opnieuw bezien. Dit heeft erin geresulteerd dat de passage over artikel 8:92 in de memorie van toelichting is aangevuld. Uit deze passage volgt nu duidelijker dat de indiener in het geval hij nog geen concreet beeld heeft van de schade, in het verzoekschrift kan volstaan met een zo goed mogelijk omschreven verwachting op dit punt en dat hij die verwachting nadien nog kan bijstellen. Zo zou bijvoorbeeld na indiening van het schadeverzoek bij de bestuursrechter in de loop van de procedure kunnen blijken dat de schade hoger uitvalt dan oorspronkelijk is verzocht. De verzoeker kan dit voorafgaand aan de zitting (schriftelijk) of tijdens de zitting naar voren brengen. Ook bij nadeelcompensatie geldt dat de omvang van de schade niet altijd direct bekend is. Om die reden is in artikel 4:127 bepaald dat de aanvraag «voor zover redelijkerwijs mogelijk» een opgave van de omvang van de geleden of te lijden schade dient te bevatten. Dit impliceert dat het exacte bedrag nog kan worden aangepast. Een dergelijke benadering sluit overigens ook aan bij de jurisprudentie van de bestuursrechter.[4]
[32 621, C, p. 14]

 


[1] B.J. Schueler, 2007, blz. 294.
[2] TK, 2010–2011, 32 621, nr. 3, blz. 49.
[3] TK, 2010–2011, 32 621, nr. 3, blz. 49.
[4] ABRvS 6 mei 2009, LJN BI2952, AB 2009, 196, JB 2009/163 en ABRvS 14 januari 2009, LJN BG9741, JB 2009/124.

 

 

 

Share This