Artikel 9:24

1. Voorts is de ombudsman niet verplicht een onderzoek in te stellen of voort te zetten, indien het verzoek wordt ingediend later dan een jaar:
a. na de kennisgeving door het bestuursorgaan van de bevindingen van het onderzoek, of
b. nadat de klachtbehandeling door het bestuursorgaan op andere wijze is geëindigd, dan wel ingevolge wettelijk voorschrift beëindigd had moeten zijn.
2. In afwijking van het eerste lid eindigt de termijn een jaar nadat de gedraging heeft plaatsgevonden, indien redelijkerwijs niet van verzoeker kan worden gevergd dat hij eerst een klacht bij het bestuursorgaan indient. Is de gedraging binnen een jaar nadat zij plaatsvond, aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan een bestuursrechter onderworpen, of is daartegen bezwaar gemaakt, administratief beroep ingesteld dan wel beklag gedaan, dan eindigt de termijn een jaar na de datum waarop:
a. in die procedure een uitspraak is gedaan waartegen geen beroep meer openstaat, of
b. de procedure op een andere wijze is geëindigd.

 

Dit artikel is met ingang van 15 maart 2005 ingevoerd bij wet van 3 februari 2005 Stb. 71 (wetsvoorstel 28 747)
Voorontwerp

Artikel 9.2.2.3 (9:23)
1. Voorts is de ombudsman niet verplicht een onderzoek in te stellen of voort te zetten, indien het verzoek wordt ingediend later dan een jaar:
a. na de kennisgeving door het bestuursorgaan van de bevindingen van het onderzoek;
b. nadat de klachtbehandeling op andere wijze is geëindigd;
c. nadat de klachtbehandeling ingevolge artikel 9:11 beëindigd had moeten zijn.
2. In afwijking van het eerste lid eindigt de termijn een jaar nadat de gedraging heeft plaatsgevonden, indien redelijkerwijs niet van verzoeker kan worden gevergd dat hij eerst een klacht bij het bestuursorgaan indient. Is de gedraging binnen een jaar nadat zij plaatsvond aan het oordeel van een andere rechterlijke instantie dan een administratieve rechter onderworpen of is daartegen bezwaar gemaakt, administratief beroep ingesteld dan wel beklag gedaan, dan eindigt de termijn een jaar na de datum waarop in die procedure een uitspraak is gedaan waartegen geen beroep meer openstaat, of de procedure op een andere wijze is geëindigd.

VvW=Eindtekst

Memorie van toelichting

Dit artikel regelt de termijnen waarbinnen in beginsel een verzoek tot het instellen van een onderzoek moet worden gedaan. Deze termijnen gelden zowel een verzoek gericht aan de Nationale ombudsman als aan een andere externe klachtvoorziening. In de WNo wordt in artikel 12, eerste lid (oud), bepaald dat een ieder het recht heeft de Nationale ombudsman te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid heeft gedragen, tenzij sedertdien meer dan een jaar is verstreken. Deze bepaling wekt de suggestie dat na dat jaar de ombudsman niet meer bevoegd zou zijn. Dat is evenwel niet het geval. Deze bepaling dient slechts als aanknopingspunt voor hetgeen in artikel 14, aanhef en onderdeel a, van de WNo (oud) is vastgelegd, namelijk dat de ombudsman niet langer verplicht is een onderzoek in te stellen of voort te zetten, als het verzoekschrift te laat is ingediend. Nu de interne klachtbehandeling in hoofdstuk 9 is vastgelegd en – een enkele uitzondering daargelaten – als verplichte voorprocedure wordt doorlopen voordat een externe klachtvoorziening begonnen kan worden, is bovengenoemde termijn gekoppeld aan het moment waarop de interne klachtprocedure beëindigd wordt of beëindigd had moeten zijn. Slechts wanneer er geen voorafgaande interne procedure is geweest wordt de termijn gekoppeld aan het moment van de gedraging waartegen de klacht gericht is. In het eerste lid, onderdeel b (laatste zinsnede), wordt voorgesteld de termijn vast te stellen op een jaar nadat de klachtbehandeling beëindigd had moeten zijn. Van de concrete omstandigheden van het geval zal afhangen of hiervan gesproken kan worden. Sommige klachten zijn dermate ingewikkeld dat behandeling niet altijd binnen de in artikel 9:11 genoemde termijn kan plaatsvinden. Mits de behandeling voortvarend plaatsvindt en de klager regelmatig van de voortgang op de hoogte wordt gehouden, is dat ook niet bezwaarlijk. Verwacht mag worden dat de ombudsman bij zijn beslissing over het al dan niet in behandeling nemen van het verzoek zal meewegen in hoeverre het aan het bestuursorgaan te wijten is dat verzoeker in een positie is komen te verkeren waarin zijn verzoek op deze grond buiten behandeling zou kunnen blijven.

Dit artikel is met ingang van 23 februari 2011 gewijzigd bij wet van 10 december 2010, Stb. 2011, 4 (Reparatiewet BZK 2010;kamerstukken 32 456).

[Eindtekst] In artikel 9:24, eerste lid, onderdeel b, wordt «artikel 9:11» vervangen door: wettelijk voorschrift.

Voorstel van wet

In artikel 9:24, eerste lid, onderdeel b, wordt «artikel 9:11» vervangen door: wettelijk voorschrift.

Memorie van toelichting

De verwijzing naar de termijn voor de afhandeling van klachten van artikel 9:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in artikel 9:24, eerste lid, onderdeel b, Awb is onvoldoende. Andere relevante wettelijke voorschriften kennen daarvan afwijkende termijnen. Vandaar dat de verwijzing naar artikel 9:11 Awb wordt vervangen door de term «wettelijk voorschrift».

Dit artikel is met ingang van 1 januari 2013 gewijzigd bij wet van 20 december 2012, Stb. 2012, 682 (Wet aanpassing bestuursprocesrecht; kamerstukken 32 450)

[Eindtekst] In de artikelen 9:22, onderdelen d en e, 9:23, onderdelen g en k, en 9:24, tweede lid, wordt «administratieve rechter» telkens vervangen door: bestuursrechter.

Voorontwerp

In de artikelen 9:22, onderdelen d en e, 9:23, onderdelen f en j, en 9:24, tweede lid, wordt “administratieve rechter” telkens vervangen door: bestuursrechter.

Voorstel van wet

In de artikelen 9:22, onderdelen d en e, 9:23, onderdelen g en k, en 9:24, tweede lid, wordt “administratieve rechter” telkens vervangen door: bestuursrechter.

Memorie van toelichting

Deze wijziging houdt verband met de vervanging van de termen administratieve rechter en administratieve rechtspraak door bestuursrechter en bestuursrechtspraak. Zie de toelichting bij artikel 1:4.

Share This